Competentiegrens Kantonrechter

Competentiegrens Kantonrechter

Kanton versus Rechtbank

In eerste aanleg kan een vordering aanhangig gemaakt worden bij de Kamer voor Kantonzaken (hierna: ‘kantonrechter’) of de Kamer voor andere zaken dan Kantonzaken (hierna: sector civiel’).

Welke rechter bevoegd is, is afhankelijk van hoogte van de vordering. Als hoofdregel geldt dat vorderingen tot € 25.000 tot de bevoegdheid van de kantonrechter behoren. Vorderingen daarboven behoren tot de bevoegdheid van de sector civiel.

De belangrijkste verschillen tussen beide rechters zijn dat verplichte bijstand (van advocaat) niet geldt bij kantonzaken. Ook het toepasselijke griffierecht dat eisers dienen te betalen om toegang te krijgen tot de rechtspraak is aanzienlijk lager bij de kantonrechter. Tot slot is een gedaagde geen griffierecht verschuldigd bij de kantonrechter.

Competentie Kantonrechter

Sinds 1 juli 2011 is het mogelijk te procederen bij de kantonrechter voor vorderingen tot een geldelijk belang van € 25.000,-.

Daarnaast is de kantonrechter in een aantal gevallen altijd bevoegd, ongeacht het geldelijk belang. Dit is het geval bij onder meer huurzaken, arbeidsrechtelijke kwesties en geschillen over agentuurovereenkomsten.

Ook bewind, curatele, mentorschap en het verwerpen of (beneficiair) aanvaarden van een erfenis zijn onderwerpen waar de kantonrechter over gaat.

Competentiegrens Kantonrechter

Welke Kosten?

De vraagt rijst welke kosten gelden bij het bepalen van de competentiegrens. Is dat enkel uw onbetaald gebleven vordering (hoofdsom) of vallen hier ook andere kosten onder? Denk aan griffiekosten, rente en beslagkosten.

Binnen het geldelijk belang van € 25.000,- valt – naast de hoofdsom – in ieder geval de rente tot “de dag der dagvaarding”. Blijkt dat de vordering inclusief rente tot de dag der dagvaarding meer dan € 25.000,- bedraagt, dan is de kantonrechter onbevoegd.

Griffie- en beslagkosten tellen niet mee voor het bepalen van de competentiegrens, evenals de kosten voor het betekenen van de dagvaarding.

In dit verband kan worden verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, sector civiel van 29 oktober 2014.

Eiser vorderde betaling van het volgende:
Hoofdsom € 22.297,00
Rente € 1.574,44
Beslagkosten € 1.252,63
============ +
Totaal € 25.124,07

De totale vordering bedroeg volgens eiser meer dan € 25.000 waarmee de sector civiel bevoegd zou zijn. Bij deze rechter was de zaak dan ook aangebracht.

Gedaagde meende echter dat de vordering van eiser lager was dan € 25.000 omdat de beslagkosten onterecht meegenomen waren bij het bepalen van de competentiegrens. Gedaagde vordert dat de sector civiel zich onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar de kantonrechter.

De rechter geeft gedaagde gelijk, omdat de beslagkosten inderdaad niet mogen meetellen bij het bepalen van de competentiegrens. De kosten van beslag bestaan uit kosten van ambtshandelingen van deurwaarders en dergelijke kosten behoren tot de proceskosten en niet de vordering. De partij die in het ongelijk wordt gesteld, wordt veroordeeld in de proceskosten en de beslagkosten behoren daartoe.

Meedere Vorderingen

Het gebeurt vaak dat een eiser meerdere vorderingen tegelijkertijd heeft openstaan. In dat geval moeten deze vorderingen bij elkaar worden opgeteld en tegelijkertijd ter incasso worden ingebracht. Beslissend voor de competentie is het totale beloop van alle vorderingen. Dit wordt de ‘optelregel’ genoemd.

Contact

Bent u op zoek naar een betrouwbaar incassobureau dat op basis van No Cure No Pay incasseert? Raadpleeg dan onze basisregels of dien uw vordering direct online ter incasso in.

Juridisch Incassokantoor Geldrop
error: Content is protected !!