Opzegging Aannemingsovereenkomst


Regeling

Geschillen in de bouw gaan meestal over geld. Het komt in het verlengde hiervan geregeld voor dat opzegging van een aannemingsovereenkomst (art. 7:750 BW) tot juridische geschillen leidt. De aannemingsovereenkomst (aanneming van werk) is geregeld in artikel 7:750 BW e.v.

Artikel 7:750 BW
1.
Aanneming van werk is de overeenkomst waarbij de ene partij, de aannemer, zich jegens de andere partij, de opdrachtgever, verbindt om buiten dienstbetrekking een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen en op te leveren, tegen een door de opdrachtgever te betalen prijs in geld.
2.
Bestaat de tegenprestatie niet of niet geheel in geld, dan vindt deze titel toepassing, voor zover de aard van de tegenprestatie zich daartegen niet verzet.

Hoofdregel: Opzeggen mag

Met artikel 7:764 lid 1 BW is wettelijk vastgelegd dat een opdrachtgever een aannemingsovereenkomst geheel of gedeeltelijk kan opzeggen.

Opzegging kan te allen tijde. In het geval van opzegging moet er wel een vergoeding worden betaald aan de aannemer/opdrachtnemer.

Meerwerk

Vergoeding

Opzeggen gaat normaliter gepaard met een vergoeding. Het contract wordt immers niet uitgediend en dit kost wederpartij doorgaans geld.

De vergoeding is bij een vaste aanneemsom de volledige aanneemsom verminderd met de besparingen. Dat is geregeld in artikel 7:764 lid 2 BW.

De vergoeding laat zich niet kenmerken als schadevergoeding, maar ziet op de nakoming van de verplichting tot betaling van de aanneemsom.

De aannemer heeft bij opzegging aanspraak op de misgelopen winst, de gemaakte kosten (bijvoorbeeld van reeds aangeschafte of bestelde materialen) en andere kosten die onvermijdelijk zijn geworden (zoals de lonen arbeidskrachten). De wetgever heeft de rechter een ruime vrijheid gegeven om bij de invulling van het begrip besparingen tot een billijk resultaat te komen.

Vaste Aanneemsom

In de praktijk wordt meestal gewerkt op basis van een vaste aanneemsom. De aannemer zal in geval van opzegging door de opdrachtgever de gehele aanneemsom vorderen.

De opdrachtgever zal de besparingen en de omvang hiervan moeten aantonen. Hier ligt derhalve een stelplicht en bewijslast bij opdrachtgevers. Deze wordt vergezeld van een mededelingsplicht en inspanningsplicht aan de zijde van de aannemer.

Indien er geen sprake is van een vaste aanneemsom, dan zal moet de aannemer bewijzen welke kosten hij daadwerkelijk bij de uitvoering van de opdracht heeft gemaakt en hoeveel winst hij derft. Deze situatie laten wij in dit artikel verder buiten beschouwing.

Mededelingsplicht

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat ter zake van het bestaan en de omvang van besparingen op de aannemer wel een belangrijke mededelingsplicht op aannemers rust.

Hierdoor krijgen opdrachtgevers aanknopingspunten voor bewijslevering. Door een aannemer zal onderbouwd moeten worden gereageerd op eventuele verweren (stelling) van de opdrachtgever, zoals beweerde besparingen die volgens de opdrachtgever in mindering zouden moeten worden gebracht.

Een voorbeeld:

De opdrachtgever kan na opzegging stellen dat een aannemer door de opzegging manuren heeft kunnen besparen. Hiervan kan alleen sprake zijn indien deze manuren alsnog op andere projecten kan worden ingezet. Wanneer de werknemers noodgedwongen stil hebben gezeten als gevolg van de opzegging, dan is van een besparing geen sprake. De aannemer moet de stelling van opdrachtgever onderbouwd weerleggen.

De aannemer zal bovendien redelijke pogingen moeten ondernemen om kosten af te wenden dan wel te beperken door bijvoorbeeld materiaal op andere projecten in te zetten dan wel het personeel alsnog in te zetten op andere projecten. Men kan dit interpreteren als een inspanningsplicht.

Instrument Ontbinding

Als een opdrachtgever de overeenkomst wil beëindigen wegens een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door de aannemer, is ontbinding een logisch instrument. Een vergoeding hoeft de opdrachtgever hier namelijk niet te betalen. Ook van een zware bewijslast is geen sprake.

Bovendien kan er mogelijk aanspraak worden gemaakt op een schadevergoeding. Dat zal het geval indien er sprake is van een toerekenbare tekortkoming (verzuim) van de aannemer. Wel eist de wet dat een aannemer vooraf in de gelegenheid is gesteld om de tekortkoming zelf ongedaan te maken. Daartoe dient een redelijke termijn. gesteld te worden waarbinnen herstel kan plaatsvinden.

Een ander groot voordeel van ontbinding ten opzichte van opzegging is dat de aannemingssom minus besparingen niet hoven te worden voldaan.

Tot slot dient de tekortkoming zwaar genoeg te zijn om ontbinding te rechtvaardigen. Dit is een eis van proportionaliteit.