Opschorting


Wat is Opschorting?

Wanneer een overeenkomst niet wordt nagekomen (verzuim) zijn er een aantal mogelijkheden voor de partij die daar geen schuld aan heeft.

Een van de mogelijkheden betreft het juridische instrument opschorting. Voordat dit middel ingezet kan worden dient er sprake te zijn van verzuim.

Om in verzuim te raken is meestal een ingebrekestelling nodig. Dit is een schriftelijke verklaring met een aanmaning om binnen een redelijke termijn alsnog te presteren.

Voldoet de schuldenaar niet aan de aanmaning, dan treedt het verzuim in op het aangegeven tijdstip. Een ingebrekestelling is overigens niet nodig als nakoming blijvend onmogelijk is of als er sprake is van een fatale termijn (want dan treedt volgens de wet verzuim direct in).

Art. 6:52 BW

Artikel 6:52 BW biedt de mogelijkheid om de verplichting uit de overeenkomst op te schorten indien de wederpartij haar uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting niet nakomt. Art. 6:52 BW is in feite een verweermiddel voor schuldenaren waarop een beroep gedaan kan worden bij niet-nakoming door wederpartij.

Opschorting leidt tot uitstel, niet tot afstel van de verplichting. Zo kan een opdrachtgever zijn verplichting tot betaling van de aannemer opschorten als de opdrachtnemer geen deugdelijk werk heeft afgeleverd of een opleverdatum niet heeft gehaald.

Opschorting kent overigens veel juridische vormen waarbij retentierecht vermoedelijk de meest bekende is. Later bespreken wij deze vorm.

De bevoegdheid tot opsporing kan contractueel worden uitgesloten, beperkt of zelf uitgebreid in zakelijke verhoudingen.

Als onderneming mag je een consument niet contractueel verbieden de overeenkomst op te schorten.

Meerwerk

Voorwaarden Opschorting

Bij het opschorten van een overeenkomst, of een prestatie daaruit, moet sprake zijn van:

1. opeisbare vordering op de wederpartij;
2. voldoende samenhang tussen de vordering en de verplichting (dezelfde rechtsverhouding);
3. mogelijke nakoming van de wederpartij;
4. proportionele opschorting;
5. afwezigheid van schuldeisersverzuim.

Vooral punt (2) wordt vaak verkeerd geïnterpreteerd. In het geval van dezelfde overeenkomst is van voldoende samenhang al snel sprake, maar ook bij een langdurige samenwerking kan er voldoende samenhang ontstaan.

Opschorten van levering van computers, omdat een factuur ter zake een airconditioning niet wordt voldaan, mag weer niet. Ook de betaling van een aanbouw/project opschorten ad. € 60.000 omdat uw wederpartij uw factuur van levering van bouwmaterialen niet heeft voldaan van € 1.200,- is niet toegestaan. Dit bepaalt punt (4).

Punt (5) verondersteld dat degene die een beroep doet op een opschortingsrecht niet zelf schuldig is aan het geconstateerde verzuim. Zelf te laat materialen aanleveren waardoor uw wederpartij de opleverdatum van het bouwproject niet haalt maakt de inzet van het verweermiddel onmogelijk.

Retentierecht

Het retentierecht (artikel 3:290) is een bijzondere vorm van opschorting. De aannemer mag zijn verplichting tot afgifte van een zaak opschorten, totdat zijn vordering (factuur) wordt voldaan.

De aannemer kan bij het inroepen van het retentierecht het bouwwerk ‘onder zich houden’. Dit doet hij door de bouwplaats voor de opdrachtgever ontoegankelijk te maken (bijv. omheining plaatsen met hekken).

Toepasselijkheid

Er zijn drie situaties waarbij de schuldenaar het verweermiddel kan inzetten:

1. De schuldenaar kan het opschortingsrecht inzetten tegenover een vordering van de schuldeiser tot nakoming van de verbintenis (art. 3:296 BW).
2. De schuldenaar kan het opschortingsrecht inzetten tegenover een vordering van de schuldeiser uit hoofde van tekortkoming (art. 6:74 BW) of tot ontbinding (art. 6:265 BW).
3. Een schuldenaar zich op het opschortingsrecht beroepen als onderdeel van de feitelijke grondslag van een door hem zelf ingestelde vordering uit hoofde van tekortkoming (schadevergoeding of ontbinding).