Onderbouwing Tekortkoming

 

Rechtspraak

ECLI:NL:RBNHO:2022:12514

Ovk aanneming van werk. Gedaagde vindt dat eiseres het werk niet goed heeft gedaan en heeft daarom factuur niet volledig betaald en later de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden. De Kantonrechter oordeelt dat de partij die stelt dat de andere partij tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en die zich om die reden beroept op de rechtsgevolgen daarvan (in dit geval opschorting en ontbinding van de overeenkomst), feiten en omstandigheden moet aanvoeren en bij een gemotiveerde betwisting door de wederpartij bewijs daarvan dient (aan) te leveren. Kortom, wie stelt moet bewijzen.

Waar gaat het over?

Wij zoomen in op het meest interessante juridische gedeelte van deze zaak. Partijen hebben een overeenkomst gesloten op grond waarvan [eiseres] bestratingswerkzaamheden aan de voortuin van [gedaagde] heeft uitgevoerd.

[eiseres] heeft bij factuur van 9 juli 2020 € 3.697,76 (inclusief btw) in rekening gebracht voor de werkzaamheden. Van deze factuur is € 697,76 onbetaald gelaten door [gedaagde]. [gedaagde] vindt dat [eiseres] het werk niet goed heeft gedaan en heeft daarom de factuur niet volledig betaald en heeft later de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden.

In november 2020 heeft [eiseres] de heer [naam] van de firma [bedrijfsnaam] ingeschakeld om het uitgevoerde straatwerk te beoordelen. Naar de mening van [naam] voldoet het geleverde straatwerk aan de daartoe gestelde eisen. Ook naar de mening van [eiseres] liggen de tegels volgens de norm.

Beoordeling Kantonrechter

[eiseres] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 865,32, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 697,76 met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.

De kantonrechter geeft [eiseres] gelijk en is van oordeel dat [ gedaagde] onjuist heeft gehandeld omdat niet is komen vast te staan dat sprake is ondeugdelijk geleverd straatwerk.

Juridisch Kader

Partijen hebben een overeenkomst van aanneming van werk gesloten. Partijen zijn verdeeld over de vraag of sprake is van een tekortkoming aan de zijde van [eiseres] op basis waarvan [gedaagde] in eerste instantie een deel van betaling van de factuur heeft opgeschort en vervolgens is overgegaan tot ontbinding van de overeenkomst.

In artikel 6:265 lid 1 BW is bepaald dat iedere tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst aan de wederpartij de bevoegdheid geeft de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming - gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis - deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.

Voor een rechtsgeldige buitengerechtelijke ontbinding is dus allereerst vereist dat er sprake is van een tekortkoming.

Het Geschil

Volgens [gedaagde] heeft [eiseres] geen goed werk geleverd. Zij verwijst ter onderbouwing naar e-mails waarin zij laat weten dat de bestrating niet conform afspraak is gelegd en afspraken die met [eiseres] zijn gemaakt over uit te voeren herstelwerkzaamheden. Daarnaast verwijst [gedaagde] naar wat met [naam] is besproken.

[eiseres] betwist dat zij de werkzaamheden niet naar behoren heeft uitgevoerd. Volgens [eiseres] heeft [naam] gezegd dat het geleverde straatwerk in de voortuin voldoet aan de daartoe gestelde eisen. Tijdens de zitting heeft [eiseres] aanvullend hierover verklaard dat [naam] tegen haar heeft gezegd dat als je iets zou willen doen, je een paar tegels kunt herstellen, maar dat het waarschijnlijk mensen zijn die nooit of niet snel tevreden zullen zijn.

Met [gedaagde] is weliswaar afgesproken dat [eiseres] nogmaals naar het uitgevoerde werk zou kijken, maar tijdens het bezoek op 6 september 2021 stelde [gedaagde] dat 15 à 20 tegels moesten worden hersteld, omdat deze niet goed zouden liggen. Omdat het geleverde straatwerk voldoet aan de daartoe gestelde norm waarbij een afwijking van 3 à 4 millimeter is toegestaan zoals volgt uit de GeoCermica normeringen van de fabrikant, heeft [eiseres] dat niet gedaan.


Beoordeling (uitgebreid)

De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] haar verweer over de gestelde tekortkoming in onvoldoende mate heeft onderbouwd. De partij die stelt dat de andere partij tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst (in dit geval [gedaagde] ), en die zich om die reden beroept op de rechtsgevolgen daarvan (in dit geval opschorting en ontbinding van de overeenkomst), moet feiten en omstandigheden aanvoeren en bij een gemotiveerde betwisting door de wederpartij (in dit geval [eiseres] ), bewijs daarvan leveren.

[gedaagde] heeft echter onvoldoende met feiten en omstandigheden onderbouwd dat [eiseres] het overeengekomen werk niet goed heeft uitgevoerd. Van de zijde van [gedaagde] is geen enkel stuk ingediend dat haar standpunt onderbouwt. Dat had gelet op de betwisting door [eiseres] wel van [gedaagde] mogen worden verwacht. Weliswaar heeft [gedaagde] in haar e-mail van 22 november 2020 opgemerkt dat zij hoogstwaarschijnlijk voornemens is om een onpartijdige partij naar de tuin te laten kijken, maar dit heeft zij niet laten doen. Dat [eiseres] de bestrating in de voortuin niet goed heeft gelegd is dan ook niet komen vast te staan.

De kantonrechter verwerpt daarom het verweer van [gedaagde] dat er sprake is van een tekortkoming. [gedaagde] heeft dus onterecht het restant van de factuur opgeschort en vervolgens de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden. Terzijde merkt de kantonrechter op dat als de gestelde gebreken vast waren komen te staan, deze dermate gering van omvang zijn dat ontbinding met al haar gevolgen niet gerechtvaardigd zou zijn.

Dit leidt ertoe dat de gevorderde hoofdsom zal worden toegewezen.

 

100% No Cure No Pay | Geen Verborgen Kosten | Snelle Uitbetaling | NL Dekking | MKB en ZZP | > 12 jaar Ervaring | Duidelijke Taal | Klantvriendelijke Frontoffice | Juridische Ondersteuning | Incassokosten Berekenen | Gratis Voorbeeldbrieven