Administratiekosten onder art. 6:96 lid 2 BW?

 

Bespreking Rechtspraak

Hoge Raad 16-10-1998, 16640 (C97/119) (Amev/Staat), Onrechtmatige daad; schadevergoeding. Zijn administratiekosten ter verkrijging van een schadevergoeding kosten als omschreven in art. 6:96 lid 2 aanhef en onder b en c BW? Wanneer komen deze kosten voor vergoeding in aanmerking? Begroting schade; stelplicht en bewijslast.

Vordering Administratiekosten

De Staat heeft op de voet van de WAM in 39 gevallen door hem in 1987 en 1988 geleden schade aan motorvoertuigen ten gevolge van aanrijdingen verhaald op Amev. Als WAM-assuradeur heeft Amev deze schaden, inclusief expertisekosten, geheel of gedeeltelijk vergoed, omdat de bij haar verzekerde bestuurders geheel of gedeeltelijk aansprakelijk waren voor de schaden.

De Staat stelt administratiekosten te hebben gemaakt bij de vaststelling van de voormelde schaden, alsmede bij verkrijging van voldoening buiten rechte. Hij heeft te dezer zake Amev bij exploot van 27 juli 1989 voor de Rechtbank Utrecht gedagvaard en gevorderd Amev te veroordelen tot betaling van ƒ 8.515,03.

De Staat voerde ter onderbouwing van zijn vordering aan dat de gevorderde administratiekosten ‘’gedeeltelijk een rechtstreeks gevolg van de door de Staat volgens Amev terecht geclaimde vaststellingskosten’’ vormen. Voor het overige gaat het volgens de Staat om kosten betreffende telefoon, correspondentie, loonkosten en algemene kantoorkosten, die zijn voorgevallen tussen het moment van melding van de schade en het moment dat de schade door Amev is betaald .


De Staat heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat Amev ten onrechte weigert aan de Staat de administratiekosten te voldoen, die de Staat heeft moeten maken ter vaststelling van voormelde schaden en van de aansprakelijkheid, alsmede ter verkrijging van voldoening buiten rechte.

De door hem geclaimde administratiekosten zijn, aldus de Staat, ‘’gedeeltelijk een rechtstreeks gevolg van de door de Staat volgens Amev terecht geclaimde vaststellingskosten.’’ Voor het overige gaat het volgens de Staat om telefoonkosten, loonkosten, algemene kantoorkosten en correspondentiekosten, gemaakt vanaf het moment van de melding van de schade tot aan het moment dat de schade door Amev is betaald.


Verweer

Amev heeft, voor zover in cassatie van belang, in deze zaak als verweer aangevoerd dat in gevallen als de onderhavige (geen debat en prompte betaling) de door de Staat gevorderde administratiekosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. Het betreft naar haar mening kosten gemoeid met simpele — geen (juridische) deskundigheid vergende — beslommeringen, die nu eenmaal steeds en voor iedere gelaedeerde met het vergoed krijgen van de schade gepaard gaan en die voor rekening van de gelaedeerde dienen te blijven. Dit soort administrative kosten vallen niet onder de reikwijdte van art. 6:96 lid 2 b/c BW.

Rechtbank

Bij vonnis van 3 juli 1991 heeft de Rechtbank de vordering van De Staat afgewezen. Zij overwoog daartoe dat de schade die de Staat stelt te hebben geleden -

‘’in een dusdanig ver verwijderd en onvoldoende specifiek verband (staat) met de gebeurtenissen waarop de onderhavige aansprakelijkheden berusten, dat deze kosten, die naar niet weersproken is komen vast te staan gemoeid waren met simpele — geen (juridische) deskundigheid vergende — beslommeringen en die zijn aan te merken als algemene kantoorkosten, redelijkerwijs niet meer als 'schade' kunnen worden toegerekend aan (de verzekerden van) Amev’’ .

Voorzover de gevorderde administratiekosten betrekking zouden hebben op kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte, konden deze kosten naar het oordeel van de rechtbank niet worden aangemerkt als ‘’eigenlijke incassokosten’’ of als ‘’redelijk’’, omdat geen debat heeft plaatsgevonden omtrent de (grondslag van de) aansprakelijkheid en alle schaden inclusief expertisekosten door prompte betaling door Amev zijn afgewikkeld.

Hof

Het Hof heeft de vordering van de Staat alsnog gedeeltelijk toegewezen. Het gaat volgens het Hof om algemene kosten die de gelaedeerde maakt ter afhandeling van het schadegeval en met het oog op het daadwerkelijk verkrijgen van schadevergoeding.

Het Bureau Schadeafwikkeling van het Ministerie van Financiën verricht in gevallen als het onderhavige ten minste werkzaamheden van de volgende aard: het Bureau gaat na of Amev als WAM-verzekeraar kan worden aangesproken, geeft opdracht aan een expert tot onderzoek van de schade, verricht de administratieve werkzaamheden die ertoe leiden dat Amev op de hoogte raakt van de conclusies van de expert en van door de Staat geclaimde schade en verwerkt de ontvangen betalingen (rov. 4.7). Dergelijke administratiekosten komen, voor zover deze redelijk zijn, volgt het Hof in beginsel als vermogensschade in de zin van de art. 6:95 en 6:96 mede voor vergoeding door de aansprakelijke persoon in aanmerking.

Het Hof komt tot de slotsom dat de Staat in beginsel gerechtigd is administratiekosten in rekening te brengen, indien deze kosten redelijk zijn en de verrichte werkzaamheden in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze noodzakelijk waren om de schadevergoeding te verkrijgen

Daarbij is zonder belang of het gaat om ‘’simpele administratieve beslommeringen’’ en evenmin of ze worden verricht door het vaste personeel van de Staat. Dergelijke redelijke administratiekosten staan in rechtstreeks verband met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid rust, omdat zij zonder de onrechtmatige daad van de laedens niet zouden zijn gemaakt; zij zijn aan de aansprakelijken toe te rekenen.

Een en ander voert tot de slotsom dat Amev gehouden is tot vergoeding van de gevorderde kosten indien deze redelijk zijn. Ze dienen ‘’in beginsel’’ concreet te worden berekend.

Hoge Raad

Uiteindelijk dient de Hoge Raad zich te buigen voer de kwestie. In grote lijnen wordt de zienswijze van Het Hof gevolgd. Het gaat volgens de Hoge Raad in dit geding om de kosten verbonden aan de werkzaamheden van het Bureau Schadeafwikkeling van het Ministerie van Financiën, verricht in het kader van de thans aan de orde zijnde 39 verhaalszaken, welke werkzaamheden dienen ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en ter verkrijging van voldoening buiten rechte als bedoeld in art. 6:96 lid 2, aanhef en onder b en c.

Onderdeel 2 van middel II betoogt dat administratiekosten als hier aan de orde ‘’naar hun aard voor rekening van de gelaedeerde blijven.’’ Dit betoog faalt volgens de Hoge Raad. De enkele omstandigheid dat de Staat die werkzaamheden niet uit handen heeft gegeven, maar heeft doen verrichten door voormeld Bureau, brengt niet mee dat die kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ook zodanige kosten behoren tot de nadelige gevolgen van de onrechtmatige daden als waarvan in dit geding sprake is en kunnen voor zover zij redelijk zijn, voor vergoeding in aanmerking komen behoudens de uit art. 56 e.v. Rv. voortvloeiende beperkingen (vgl. HR 1 juli 1993, nr. 15 137, NJ 1995, 150). Dit sluit in dat zij niet alleen binnen een redelijke omvang moeten blijven, maar ook dat het in de gegeven omstandigheden redelijk was ze te maken.

Bij de vaststelling van de te vergoeden kosten is het Hof klaarblijkelijk en met juistheid ervan uitgegaan dat de schade van de Staat begroot dient te worden op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. Daarbij is het Hof voorts kennelijk en niet onbegrijpelijk ervan uitgegaan dat de omvang van de te vergoeden kosten niet nauwkeurig kon worden vastgesteld, wat ertoe geleid heeft dat het Hof, hetgeen het Hof vrijstond, de omvang van die kosten heeft geschat met dien verstande dat het Hof bij die schatting uitkomt op 50 % van de forfaitaire bedragen die voor normale schadegevallen worden gehanteerd.

 
 

100% No Cure No Pay | Geen Verborgen Kosten | Snelle Uitbetaling | MKB en ZZP | > 12 jaar Ervaring | Duidelijke Taal | Incassokosten Berekenen | Gratis Voorbeeldbrieven